 |
Chronologisch overzicht van het ontstaan van het Zuiderpark
|
Klik op één van de jaartallen om de geschiedenis van het park te doorlopen.
Alle informatie is afkomstig van Gemeente Den Haag website.
Mr. P. Droogleever Fortuyn had zich als wethouder van Den Haag ingespannen voor de aanleg van het Zuiderpark. Daarom besloot de gemeenteraad de straat die door het park loopt te noemen: mr. P. Drooglever Fortuynweg. Burgemeester Patijn maakte bezwaar tegen de vernoeming naar een levend persoon, omdat in Groningen twee personen kort nadat een straat naar hen was vernoemd, waren overleden. De raad stelde desondanks op 4 juli 1938 de straatnaam vast. Droogleever Fortuyn overleed twee maanden later.
|  © Foto Archief Eerste Kamer - Mr P. Droogleever Fortuyn |
1908 - 1923
Rond 1900 begonnen de wijken rond de oude grachtengordel van Den Haag volgebouwd te raken. Er was vraag naar nieuwe woonruimte. In 1908 gaf de Haagse gemeenteraad de stedenbouwkundige Berlage daarom opdracht om een plan te maken voor een nieuwe wijk aan de zuidzijde van de stad. Op dat moment lag daar een groot poldergebied. Omdat de grotere groengebieden, zoals de duinen en de buitenplaatsen, te ver van de nieuw te bouwen woonwijken lagen, besloot Berlage in zijn plan een groot park te projecteren.
Het uitbreidingsplan van Berlage werd met inbegrip van zijn voorstel voor een groot stadspark aan de zuidwestelijke rand van Den Haag in 1911 door de gemeenteraad goedgekeurd. Maar dan moet het nog tot 1923 duren voor het definitieve plan gereed is en op 5 maart 1923 wordt dit plan door de gemeenteraad zonder hoofdelijke stemming met applaus goed gekeurd.
Door de toenmalige directeur van de Plantsoenendienst, de heer P. Westbroek, werd een park ontworpen in de landschappelijke stijl met een oppervlakte van ongeveer 105 hectare. De heer Doorenbos, die Westbroek opvolgde als directeur van de Plantsoenendienst, werkte vervolgens diverse onderdelen verder uit zoals bijvoorbeeld het Rosarium.
 © Gemeente Den Haag |
In 1923 werd gestart met de aanleg van het stadspark Zuiderpark, dat grotendeels werd aangelegd met de inzet van werklozen. Men groef grote vijvers om de drassige poldergrond met de vrijkomende aarde begaanbaar te maken. Aansluitend werden bomen en struiken geplant en werden de gazons aangelegd. Start aanleg Zuiderpark: in dit jaar wordt vergunning verleend voor het graven van de vijvers, de ringsloot en het openluchtzwembad (Zuiderparkbad).
|
1926 - 1930
1926 - Landengebied
In de meest zuidoostelijk gelegen hoek van het Zuiderpark zijn vanaf 1926 heel veel verschillende soorten struiken en bomen gepland. Het betreft soorten die afkomstig zijn uit verschillende delen van de wereld. Vandaar dat dit deel van het park het Landengebied wordt genoemd.
Het Landengebied heeft zijn ontstaan te danken aan de heer Doorenbos. Hij onderhield vele contacten met diverse buitenlandse plantentuinen en kwekerijen. Op die manier kreeg hij vele planten, stekken, enten en zaden. Hij bracht ze mee van zijn verre reizen of ze werden hem toegezonden. De diverse bomen, struiken en planten zijn gerangschikt en geplant naar hun herkomstgebied.
Zo vinden we er planten en bomen uit: China, Himalaya, Japan, Noord-Europa, Zuid-Europa, Voor-Azië en Noord-Amerika. Deze delen van het Landengebied verschillen onderling sterk in samenstelling, karakter en sfeer.
1926 - Stadion In 1926 wordt het stadion van FC ADO Den Haag gebouwd.
 © Gemeente Den Haag |
1928 - Eendenkooi
Met de aanleg van het park komt de eendenkooi in eigendom van de gemeente Den Haag. De kooi staat al in 1550 geregistreerd en is daarmee één van de oudste geregistreerde kooien van ons land.
1927 - 1930 - School- en kindertuinen
In 1927 wordt gestart met de aanleg van schooltuinen en in 1930 wordt het aantal uitgebreid. Tegenwoordig worden ze de School- en Bejaardentuinen genoemd.
|
|
 |